1. De bouw van de aarde

Opbouw in schillen

Aanmelden voor oefeningen »

×
Eindtermen en doelstellingen
ET 9.1.1 8 de geofysische opbouw van de aarde en de platentektoniek beschrijven en gevolgen ervan zoals: de ligging van oceanen en continenten, vulkanisme en aardbevingen en bepaalde klimaatsveranderingen verklaren
LPD 4.6.1 De schilvormige opbouw van de aarde kunnen weergeven. (schilvormige bouw + belangrijkste kenmerken van de lagen)

1.1 Spreiding van geologische verschijnselen

Opdracht 1

Open de kaart met recente aardbevingen. Breng deze zo goed mogelijk aan op de kaart in de cursus. Doe hetzelfde voor vulkanen, maar in een andere kleur.

kaart: recente aardbevingen kaart: vulkanen kaart: plaatnamen video: bouw van de aarde



Opdracht 2

Maak de sorteeroefening. Ga voor de volgende plaatsen na of er een verband is met de aanwezigheid van aardbevingen en/of vulkanen (plaatsen aanduiden op kaart in de bundel).

sorteeroefening: geologische verschijnselen



1.2 Indeling in schillen: chemische indeling

Opdracht 3

Open de animatie en los de vragen op. Maak ook de invuloefening (figuur 4, kies uit: atmosfeer, binnenkern, buitenkern, korst, mantel, moho). Noteer ook de diktes en dieptes op het schema op figuur 3.

sleepoefening chemische bouw van de aarde aardlagen


De mantel omvat ongeveer 82 % van het volume van de aarde.



Continentale korst heeft een samenstelling zoals graniet
bron afbeelding: Imperial College Rock Library

Oceanische korst heeft een samenstelling zoals basalt
bron afbeelding: Earth Science Education Unit


De mantel bestaat uit magnesiumrijke gesteenten (zoals duniet)
bron afbeelding: BRLSI

Mantelgesteente (duniet) onder de microscoop
bron afbeelding: Molecular Expressions

Olivijn is een veelvoorkomend mineraal in de mantel
bron afbeelding: Earth Science Education Unit



Schrap wat niet correct is

  • De oceanische korst is dunner / dikker dan de continentale.

  • De oceanische korst is lichter / zwaarder dan de continentale (massadichtheid).


Hoe verschillen oceanische en continentale korst chemisch nog?

continentaal: bevat meer . . . . . . .          oceanisch: bevat meer . . . . . . .

Waarin verschillen de korst en de mantel chemisch gezien (welke elementen verschillen)?





1.3 Indeling in schillen: mechanische of fysische indeling

Opdracht 4

Los de vragen op. Vul ook het schema op bladzijde 10 aan.


De schillen naar toenemende diepte, fysische indeling


fysische laag toestand komt overeen met
lithosfeer vast = korst + vaste deel buitenmantel
asthenosfeer plastisch  
mesosfeer (oudere benaming) minder plastisch (door hogere druk), steviger dan asthenosfeer = manteltransitiezone + ondermantel
buitenkern vloeibaar
binnenkern vast  


1.3.1 De lithosfeer


  • lithosfeer = korst + vaste bovenmantel

  • = vast

  • opgebroken in aantal lithosfeerplaten

  • oceanische lithosfeer: 20 - 140 km dik (dunst nabij mid-oceanische ruggen)

  • continentale lithosfeer: 40 - 280 km dik (dus dikker dan oceanische lithosfeer)

  • continentale lithosfeer heeft een lagere dichtheid dan oceanische lithosfeer (omdat continentale korst lichter is dan oceanische korst)

  • 1300°-isotherm vormt overgang naar de onderliggende asthenosfeer

  • hogere seismische snelheden dan in de asthenosfeer (zie figuur onder)





1.3.2 De Moho (de ‘Mohorovicic-discontinuïteit’)

Discontinuïteitsvlak

Een zone waar de snelheid van seismische golven (P-golven, S-golven…zie practicum) plots scherp verandert noemen we een discontinuïteit(svlak).

Moho

De Moho vormt de grens tussen korst en mantel en ligt dus in de lithosfeer.


Diepe boringen naar de MOHO

  • seismische snelheden onder de Moho (in de mantel): iets groter dan net erboven (in de korst)

  • ⇒ 'sluiproute'

  • ⇒ op grote afstand komen aardbevingsgolven sneller dan verwacht aan.



1.3.3 De asthenosfeer


  • van ongeveer 100 tot 410 km diep

  • = plastisch

  • lagere seismische snelheden

  • lithosfeerplaten 'drijven' op de asthenosfeer

  • continentale lithosfeer: 40 - 280 km dik (dus dikker dan oceanische lithosfeer)

  • continentale lithosfeer heeft een lagere dichtheid dan oceanische lithosfeer (omdat continentale korst lichter is dan oceanische korst)

  • 1300°-isotherm vormt overgang naar de onderliggende asthenosfeer

  • hogere seismische snelheden dan in de asthenosfeer (zie figuur onder)




1.3.4 De manteltransitiezone


  • van 410 tot 660 km diep

  • hogere druk dan in asthenosfeer

  • daardoor minder plastisch ('steviger')

  • de manteltransitiezone bevat meer water (gebonden aan vaste stof) dan er in de oceaan is




1.3.5 De ondermantel


  • van 660 tot 2900 km diep

  • hogere druk dan in asthenosfeer

  • daardoor minder plastisch ('steviger')

  • de manteltransitiezone bevat meer water (gebonden aan vaste stof) dan er in de oceaan is




1.3.6 De buitenkern


  • van 2900 tot 5150 km diep

  • vloeibaar

  • temperatuur aan onderzijde 5900° C.



P-golven: gaan doorheen vloeistof (zoals geluidsgolven), PP-golven: gereflecteerde P-golven

S-golven: worden tegengehouden door een vloeistof





Aardbevingsgolven doorheen de aarde






1.3.7 De binnenkern


  • van 5150 tot 6371 km diep

  • vast

  • druk: 4 miljoen atmosfeer