4. Geografische streek in Hoog-België: de Condroz

4.1 Situering

Geografische streek

Gebied met gelijkaardige bodem en landschapselementen.

Hoog-België

Streek in België van 200 tot meer dan 500 m hoogte.

Opdracht 1

Situeer de Condroz op de onderstaande kaart. Los daarna de vragen op.






1. Welke rivieren vormen de fysische grens van de Condroz aan de noordzijde?


2. Welke hoogtelijn / geografische streek vormt de grens in het zuiden?


3. Welke rivier begrenst de Condroz in het oosten?


4. Welke politieke grens begrenst de Condroz in het westen?


5. Welke grote rivier doorsnijdt het gebied?



4.2 Relief


Hoogtelijnenkaart

Opdracht 2

Bekijk het digitaal hoogtemodel. Je kan er heel duidelijk de kammen op zien. Bekijk ook de topografische kaart en los op.



1. Wat is de oriëntatie van de kammen en depressies?


2. Hoe hoog steken de kammen uit in het landschap (TAW)?


3. Hoe hoog liggen de depressies?


4. Wat is dus het hoogteverschil tussen de depressies en de kammen?






4.3 Geologie

Opdracht 3

Ook hier: de vragen oplossen. Maak daarvoor gebruik van de geologische tijdsschaal.





Stratigrafische tijdsschaal

1. Wat is het oudste gesteente: de psammiet of de kalksteen?


2. Waar komt de kalksteen voor? In de depressies of op de kammen?


3. Waar komt de psammiet voor?




4. Welk gesteente vormt de anticlines?


5. Welk gesteente vormt de synclines?



4.4 Bodem

Opdracht 43

Ga naar Google Earth en zoom in op het gebied van de Condroz. Vooral het gebied rond Ciney is erg bruikbaar. Los de vragen op.


1. Welke soorten bodemgebruik herken je op de luchtfoto?


Opdracht 5

Vul de onderstaande synthesetabel in.



Reliëf Ouderdom (periode) Gesteente Geologische structuur (anticline,...) Bodemgebruik
Kam . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Depressie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .


Tijd over?



  1. Het ontstaan van dit reliëf gaat terug tot in het Paleozoïcum. In de Devoon- en Carboonperiode werd het land overspeld door de zee. Dikke lagen zand en kalkslib werden afgezet. Deze verhardden geleidelijk tot zandsteen en kalksteen.

  2. Op het einde van de Devoon-Carboon periode vond de Hercynische plooiingsfase plaats. De zeeafzettingen werden door intense druk vanuit het zuiden geplooid tot een plooienbundel.

  3. Verwering en erosie in het Mesozoïcum en Paleogeen vlakten het gebied af tot een schiervlakte.

  4. De zee overspoelde het gebied herhaaldelijk opnieuw. Vanaf eind Paleogeen was er een geleidelijke opheffing a.g.v. de Alpiene plooiing. Deze opheffing was sterker in het zuidelijk deel. De zee trok zich naar het noorden terug. Er ontwikkelde zich een riviernetwerk met een zuid-noordoriëntatie dat de lagen wegerodeerde. De geplooide Paleozoïsche lagen kwamen weer aan de oppervlakte.

  5. Op deze lagen vond nu differentiële erosie plaats. De oudere harde psammiet bood de meeste weerstand; de kalksteen daarentegen verweerde en erodeerde veel vlugger. Het uiteindelijke resultaat is een reeks kammen met weerstandbiedende psammiet die met de anticlines overeenkomen en een reeks depressies met minder weerstandbiedende kalksteen die met synclines samenvallen.