| MD 09.03 | De leerlingen beschrijven kenmerken en verklaren gevolgen van rotatie en revolutie van Aarde en Maan. (LPD 9) |
|---|
De aarde heeft een magnetisch veld en het gevolg daarvan is dat een kompasnaald zich naar het magnetische noorden richt. De hoek tussen het ware noorden en het magnetische noorden is de magnetische declinatie. Gebruik de kaart om de magnetische declinatie te vinden in Praag. Zoals je ziet is de magnetische declinatie positief: het magnetische noorden (rode pijl) bevindt zich ten oosten van het ware noorden.
Om de richting of koers ten opzichte van het ware noorden te vinden moet je dus de magnetische declinatie optellen bij de kompasrichting.
KOERS TEN OPZICHTE VAN WARE NOORDEN = KOMPASKOERS (M) + MAGNETISCHE DECLINATIE (δ)
De start- en landingsbanen zijn doorgaans georiënteerd naar de dominante windrichting. De aanvliegrichting is meestal tegen de wind bij landen en opstijgen.
Er is geen onderscheid tussen startbanen en landingsbanen.
Op het en het begin van elke baan staat een de afgeronde magnetische richting (= oriëntatie ten opzichte van het magnetische noorden) aangeduid.
In het voorbeeld hieronder zie je '06' staan als magnetische richting. Dat moet je omzetten door met 10 te vermenigvuldigen. '06' betekent dus een hoek ten opzichte van het magnetische noorden van 60°. Aan het andere uiteinde van de baan staat dus de aanduiding '24'.
oriëntatie en nummering van een startbaan in Praag
Noteer voor luchthavens in de tabel volgende gegevens:
| luchthaven | magnetische richting M | magnetische declinatie δ (°) | M + δ (°) | dominante windrichting | verwachte dominante windrichting |
|---|---|---|---|---|---|
| Praag (Tsjechië) | 06 = 60° 24 = 240° |
+ 5.0° | 65° en 245° | 220°, SW (windroos) | SW, noordelijke Ferrelcel |
| Camaguey (Cuba) | |||||
| Kerry (Ierland) | |||||
| Alice Springs (Australië) | |||||
| Kuparuk, Alaska (V.S.) | |||||
| Casper, Wyoming (V.S.) | |||||
| In Salah (Algerije) | |||||
| Hobart (Australië) |
Omcirkel in de vorige tabel in de kolom M in het rood de richting die het vaakst gebruikt wordt om te landen en op te stijgen (= tegen de wind).
Je kan niet alle dominante windrichtingen verklaren met het algemeen luchtcirculatiemodel: soms spelen factoren zoals de aanwezigheid van de zee of het reliëf een rol. Hetzelfde geldt voor de landingsbanen: vaak heeft dat te maken met ruimtegebrek of de lokale topografie.