| MD 09.06 De leerlingen lichten atmosferische processen toe aan de hand van neerslag, temperatuur en winden en de invloed van deze processen op weerpatronen. |
|---|
| (LPD 12 De leerlingen verklaren hoe warmtecirculatie in het oceaan-atmosfeersysteem leidt tot neerslag) |
Wolken bestaan uit waterdruppeltjes, waterdamp en ijskristalletjes. De diameter van de druppeltjes bedraagt tussen 1 en 100 µm. Deze kleine afmeting zorgt ervoor dat een druppeltje van die afmetingen in een wolk van 500 meter hoog meer dan 10 uur nodig heeft om het oppervlak te bereiken.
Vul de ontbrekende processen aan op het schema en los daarna de onderstaande vragen op.
Wolken ontstaan door condensatie. Welke energieuitwisseling treedt hierbij op?

Bij verdamping wordt warmte opgenomen maar bij condensatie komt die weer vrij.

Je hebt de quiz succesvol afgerond! Verrijpen is inderdaad de rechtstreekse overgang van watedamp naar ijs.
noteer hier de energieuitwisselingen die gepaard gaan met verdampen en condenseren
De hoeveel waterdamp die aanwezig is in een welbepaald volume lucht (vaak uitgedrukt in g/m3).
De hoeveel waterdamp die maximaal aanwezig kan zijn in een welbepaald volume lucht (ook vaak uitgedrukt in g/m3).
Gebruik de calculator hieronder om op de grafiek met voldoende punten het verloop van de verzadigingsvochtigheid in functie van de temperatuur te construeren. Benoem de kromme als 'verzadigingsvochtigheid'.
Noteer ook in objectieve bewoordingen het verband tussen beide parameters.
temperatuur:
20.0 °C
verzadigingsvochtigheid:
-- g/m3
verband:
De verhouding tussen de hoeveelheid waterdamp in de lucht (=AV) en de bij de heersende temperatuur, maximaal mogelijke hoeveelheid waterdamp (=VV). Lucht met een RV van 100% bevat dus de maximale hoeveelheid waterdamp.
Lees in de grafiek hieronder de minimale en de maximale waarde voor de relatieve vochtigheid in de afgelopen maand af. Let op: de grafiek is niet gebaseerd op één meetpunt, maar op interpolatie en de waarden kunnen afwijken van de real-time metingen van het KMI.
Vergelijk met de RV-waarde op dit moment in de waarnemingen van het KMI.
De temperatuur waarbij de lucht met waterdamp verzadigd is zodat condensatie optreedt
Bij het dauwpunt bedraagt de RV 100 %. Stel de grafiek in op een luchttemperatuur van 25°C en de absolute vochtigheid op 11 g/m³. Bereken de temperatuur (= dauwpunt) waarbij de eerste dauwdruppel wordt gevormd.
Ga ook na aan welke voorwaarde voldaan moet zijn om tot condensatie te komen: afkoelen of opwarmen?
Zoek uit waar in het model van de algemene luchtcirculatie er zich afkoelende luchtstromen bevinden. Ga na of dit op de neerslagkaart (september) hieronder te zien is. Als gebieden met intense neerslag ook zwaar bewolkt moeten zijn moet dat een invloed hebben op de luchttemperatuur. Ga ook dat na.
![]() | neerslaghoeveelheid | ![]() | temperatuur overdag |
bron afbeeldingen NASA Near Earth Observatory https://neo.gsfc.nasa.gov/
Vergelijk de jaarneerslaghoeveelheid in Manaus, Brazilië met die van Ukkel en motiveer waarom er al dan niet sprake is van stijgingsregens.
Neerslag die optreedt als gevolg van het opstijgen van een luchtkolom boven een heet oppervlak als gevolg van een (bijna) loodrechte zonnestand. Stijgingsregens zijn daarom beperkt tot de omgeving van de evenaar.
Onderzoek het verschil in neerslaghoeveelheid tussen vochtigste maand in Manchester en dezelfde maand in Leeds (Verenigd Koninkrijk). Gebruik zowel het reliëfprofiel als de klimatogrammen. Ga uit van de dominante windrichting in de Ferrelcel en duid met pijlen aan waar de lucht stijgt of daalt. Duid ook de regenschaduw aan. Pas daarop toe wat je weet over waar condensatie optreedt.

Neerslag die optreedt als gevolg van het opstijgen van een luchtkolom aan de zeezijde van een bergketen.
Gebied aan landzijde van een bergketen dat droger is dan het gebied aan zeezijde.
Periodieke neerslag die optreedt als gevolg van het opstijgen van een luchtkolom boven een heet oppervlak als gevolg van een sterke opwarming van het land in de zomer.
Los de vragen op met behulp van de kaart hieronder en de klimatogrammen. Maak ook een schets van de droge en van de vochtige moesson.
Deze gebieden bevinden zich onder een dalende, opwarmende luchtkolom en staan onder invloed van subtropische hogedrukgebieden.
Boven het koude zeewater hangt koude, droge lucht.
Verklaar de neerslaghoeveelheid in de volgende plaatsen en staaf dit met cijfers. Soms zijn er meerdere verklaringen. Indien maar één plaats gegeven is: vergelijk met Ukkel.
Kathmandu (Nepal) heeft 20 regendagen per jaar meer dan Lhasa (China). Geef een verklaring.