| MD 09.01 | . (LPD 1) |
|---|
Noteer de meest actuele waarde voor de luchtdruk in een meetstation in de onmiddellijke nabijheid van Gent. Vermeld ook of het om lage (lager dan 1013 hPa) of hoge luchtdruk gaat. Doe met de isobarenkaart in de bundel op volgende bladzijde ook het volgende: - lees de waarde van de luchtdruk af in voor de marker - lees de waarde van de luchtdruk af in het uiterste zuiden van Portugal Duid twee lagedrukgebieden aan met een hoofdletter 'L' en één hogedrukgebied met hoofdletter 'H'.
De luchtdruk in .................... bedraagt ........ hPa: de luchtdruk is dus ........ (hoog/laag).
Lucht beweegt van hoge naar lage druk. Duid op de isobarenkaart in de bundel de drukgebieden ten zuiden van Groenland aan en het drukgebied over Frankrijk aan. Duid met een pijl aan hoe de lucht beweegt (hou enkel rekening met het drukverschil).
Kromme op de kaart die plaatsen met gelijke luchtdruk verbindt.
Onderzoek hoe wind beweegt in de nabijheid van een lagedrukgebied en van een hogedrukgebied. Verwoord dit hieronder. Op de satellietbeelden hieronder staan orkanen (lagedrukkernen). Leg uit in welk halfrond (N of S) ze voorkwamen.
In de buurt van L:
In de buurt van H:
De orkanen kwamen voor op het ... halfrond omdat ..... .
Bekijk de video en noteer zelf wat het gevolg is van het opwarmen van een oppervlak.
Pas dit toe op de evenaar en verwoord welke luchtdruk je verwacht (eerder laag of eerder hoog?) en waarom.
Gordel rond de evenaar of de polen waar de lucht verticaal beweegt door het temperatuurs-verschil, waardoor een continu hogere of lagere luchtdruk ontstaat. De thermische drukgebieden zijn het polair maximum en het equatoriaal minimum (= lagedrukzone rond de evenaar).
gevolg van opwarmen van een oppervlak op de luchtdruk:
verwachte luchtdruk aan de evenaar:
verwachte luchtdruk op de poolgebieden:
Pas wat je in de video gezien hebt nu toe op het onderstaande model: duid in de bundel de thermische drukgebieden aan met een H of een L met pijltjes waar lucht daalt of stijgt en ook hoe de wind volgens dit model in een rechte lijn zou bewegen langs het aardoppervlak. Noteer ook. de dominante windrichting (= waar de wind vandaan komt) die je voor Gent verwacht
animatie: Bart Van Bossuyt / kaartlaag: NASA
Vergelijk de informatie uit de windroos van Kaliningrad met de dominante wind voorspeld in het bovenstaande model. Kaliningrad is geen uitzondering maar de regel: op deze breedte is dit de dominante windrichting. We gaan het voorstel moeten bijstellen.
Duid de namen van de circulatiecellen aan op de figuur. Duid de opstijgende en de dalende lucht aan, en ook de drukgebieden. Ga na of de dominante windrichting voor Gent consistent is met wat het model voorspelt. Los vervolgens ook de vragen op.
Gordel van hogere of lagere luchtdruk die ontstaat door de aardrotatie (meer bepaald door de Coriolisafbuiging). De dynamische drukgebieden zijn het subpolair minimum op 60 °N en het subtropisch maximum rond 30 °N.
De tropen liggen tussen de keerkringen. Verwoord zelf een definitie van het begrip ITCZ en los de vragen op.
Wat link tussen de positie van de ITCZ de revolutie van de aarde?
Waarom is er een verschil tussen de ligging van de ITCZ over land en over zee?