Eindtermen en doelstellingen
ET 9.1 9 eenvoudige reliëfvormen op een samenhangende manier in verband brengen met lithologische kenmerken, geologische structuren en geomorfologische processen;ET 9.1 25 een landschap analyseren, de elementen ordenen tot een structuur en hieruit de eigenheid van het landschap bepalen
sportwetenschappen
LPD 7.6.11 vanuit terreinwaarnemingen en kaarten (geologie, bodem en topografie) reliëfvormen verklaren door ze in verband te brengen met geomorfologische processen, geologische structuren en lithologie
LPD 7.3.1 overige wetenschapsrichtingen
LPD 4.6.12 vanuit terreinwaarnemingen en kaarten (geologie, bodem en topografie) reliëfvormen verklaren door ze in verband te brengen met geomorfologische processen, geologische structuren en lithologie
1.1 Situering
De kust
De kustlijn is de rand van de zee, dus waar land en zee elkaar raken.
Opdracht 1
Situeer strand, polders en zandstreek met behulp van de onderstaande doorsnede. Doe dat bij voorkeur met de begrippen ‘zeewaarts’, ‘landwaarts’, ‘hoger dan’ of ‘lager dan’.
- strand
- polders
- zandstreek
Opdracht 2
Noteer de drie types landschappelijke eenheden (zie atlas) die aan de kustlijn te vinden zijn.De kustvlakte
Opdracht 3 Bookwidget
Meet de lengte van de Belgische kustvlakte en maak hiervan een screenshot (*). Plak dit screenshot (zie volgende bladzijde) in de Bookwidget van deze les. (/1)Noteer het aantal kustgemeenten, de naam van de meest westelijke en de naam van de meest oostelijke.
Afstand meten met Topomapviewer Topomapviewer

- lengte van de kust
- aantal kustgemeenten
- meest westelijke gemeente
- meest oostelijke gemeente
De Belgische territoriale wateren
afbeelding © Van Lancker et al. 2007 (gevonden op deze pagina)
Opdracht 4 Bookwidget
Maak een bathymetrisch reliëfprofiel vanuit Oostende.Zet één punaise op Oostende en de andere in de Noordzee, ongeveer halverwege Oostende en Ramsgate (/1).
Maak een screenshot. Duid de toppen van twee zandbanken aan met de diepte in m (/2). Doe hetzelfde voor de geul tussen beide zandbanken (/1).
Bereken hoe hoog de zandbanken ten opzichte van de geul ertussen ongeveer zijn (/1).
Sla het screenshot mét de aangeduide dieptes en berekening op in de Bookwidget.
Opdracht 5
Zoek de hoogste en de laagste waterstand in Oostende in de afgelopen periode. Bereken op de volle meter het verschil tussen hoog- en laagwater.Getij en variatie van de waterstand Animatie: getijden
- datum:
- hoogste waterstand: m TAW
- hoogste waterstand: m TAW
- verschil tussen hoogste en laagste waterstand
1.2 Strandmorfologie
De duinen vormen de landwaartse begrenzing van het strand. De duinengordel is echter grotendeels verstoord door afgraving en bebouwing, ook zijn de duinen dikwijls afgescheiden van het strand door een zeedijk. De grootste duingebieden zijn nog terug te vinden aan de westkust (De Panne - Nieuwpoort – Koksijde met de Hoge Blekker (ca 33 m, zie kaart hieronder) als hoogste duin). Andere duinen bevinden zich aan de oostkust (Knokke) en middenkust (Bredene – De Haan). Onze zandstranden zijn opgebouwd uit een verzameling van reliëfelementen met eigen kenmerken en dynamiek. Deze reliëfvormen ontstaan door complexe processen van erosie, transport en sedimentatie (afzetting van zand en slib). Het deel van het strand boven de hoogwaterlijn noemen we het droog strand en het deel eronder het nat strand.
Macrostructuren op het strand Project Zee Muien zijn gevaarlijk
afbeelding © Van Outryve R. 2011 (gevonden op deze pagina)
Het nat strand omvat een aantal macrostructuren. Ze ontstaan vooral door getij, stromingen en golfslag.
- de vloedlijn of het vloedmerk: de lijn waar de zee bij hoogtijd aanspoelsels heeft afgezet. Omdat niet hoogtij even hoog komt, komen er soms meerdere vloedlijnen na elkaar voor. Zie ook figuur 4.
- de strandberm (zie figuur 5 in de bundel) is de ophoging met zachte landwaartse en steilere zeewaartse helling.
- zwinnen: ondiepe geulen evenwijdig aan de laagwaterlijn die bij hoogwater vol lopen en bij laagwater leeg. Op het oppervlak komen veel ribbels voor.
- strandruggen: de hoger gelegen zandruggen die tussen de zwinnen liggen. Een strandrug heeft een steile landwaartse helling en een zachte zeewaartse helling en is dus asymmetrisch.
- muien: kronkelende insnijdingen in een strandrug waar zeewater met het getij op- en afvloeit. Een mui mondt uit in een lager gelegen zwin of in de zee.
Ribbels (zie hieronder) zijn microstructuren die op het nat strand voorkomen, zoals al eerder aangehaald meestal te vinden in een zwin.
afbeelding © Van Bossuyt B. Het droog strand wordt aan de landzijde begrensd door de duinvoet en het steilere duinfront. Erosie en accumulatie gebeurt hier bijna uitsluitend door de wind.
Opdracht 6 Bookwidget
Duid op de foto aan en benoem deze structuren: zwin, strandrug, mui, kustlijn of oeverlijn. Maak een screenshot en sla het op in de Bookwidget.
afbeelding © Van Bossuyt B.
1.3 Gesteenten van de ondergrond (lithologie)
Opdracht 7
Zoek in de atlas de ouderdom (kaart stratigrafie) op. Situeer dit tijdvak in de tijd (van … tot …). Zoek voor Oostende (kaart lithologie) de gesteenten van de ondergrond op.Oostende
- ouderdom van het gesteente
- ggesteente van de ondergrond
Zand heeft korrelgroottes tussen 62,5 µm en 2 mm. Het is ook een grondstof die in sommige delen van de Noordzee gewonnen wordt. Het wordt in de bouw gebruikt maar ook in kustbescherming (ophoging van stranden). Zand dat opgespoten wordt vanuit zee bevat doorgaans meer schelpfragmenten, daarom heeft een andere kleur dan natuurlijk zand
Zand is eigenlijk een erosieproduct, gevormd door eeuwen van verwering van de zeebodem en losse gesteenten door de invloed van stromend water en wind. Gedurende miljoenen jaren brachten rivieren sediment dat bestaat uit grind, zand en klei naar de Noordzee, maar ook gletsjers en de wind speelden hierin een belangrijke rol. Getij en golven herverdelen het sediment in de zee en transporteren het naar het strand.
Opdracht 8
Gebruik de kaart met korrelgroottes hieronder om na te gaan waar welke grondstof ontgonnen wordt. Eén kruisje per rij.Korrelgroottekaart van de zee Reliëf van de Noordzee
afbeelding © uit Verfaille naar Le Bot et al. 2003 (gevonden op deze pagina)
| dichtst bij de oostkust | iets verder van de kust | in de geulen, bijvoorbeeld aan de Noordhinderbank | |
| fijnste sediment (klei en silt < 63 micrometer) | |||
| zand | |||
| grind (> 2 mm) |
1.4 Bodem
Opdracht 9 Bookwidget
Open de bodemassociatiekaart. Let op dat je niet de gewone ‘bodemkaart’ kiest. Gebruik de figuur hieronder om te navigeren in de bodemassociatiekaart. Stel als adres in ‘Hasseltstraat 29, Bredene’. Zorg dat de zee en het gevraagde adres te zien zijn maar zoom ook niet té veel uit.Bij het vakje ‘Bodemassociatiekaart’ zie je een tandwielsymbool voor instellingen. Halveer de transparantie (tikken op een iPad) en zet de labels aan.
Druk nu in hetzelfde vakje ‘Bodemassociatiekaart’ op “Legende’.
Maak een screenshot. Benoem in woorden verschillende bodemassociaties van Hasselstraat 29 tot aan de kust. Steek ook dit screenshot in de Bookwidget. (/3)
Hulp bij de bodemassociatiekaart Vlaamse bodemkaarten

1.5 Zeespiegel
Wereldwijde zeespiegelstijging
thermal expansion: volumetoename van een watermassa bij stijgende temperatuur
Beïnvloedende factoren Grafiek van de zeespiegelstijging
Opdracht 10
Bereken de gemiddelde wereldwijde zeespiegelstijging tussen 1994 en 2022 (of een meer recent jaar) .- zeespiegel in 1994: mm
- zeespiegel in 2022: mm
- gemiddelde zeespiegelstijging: mm/jaar
Zeespiegelstijging in Oostende
De tweede algemene waterpassing of kortweg TAW dateert van 1947 en is de referentiehoogte waartegen hoogtemetingen in België worden uitgedrukt. Een hoogte van 0 m TAW kwam overeen met het gemiddelde zeeniveau van laagwater in Oostende, maar sinds 1947 is de zeespiegel wel gestegen. In Nederland gebruikt men het gemiddeld zeepeil dat ongeveer 2,30 m hoger ligt.
Opdracht 11
Bereken de gemiddelde zeespiegelstijging in Oostende tussen 1994 en 2021 (of 2022).Ga na hoeveel de zeespiegel gestegen is sinds de invoering van TAW (gebruik de gegevens van 1951).
Zeespiegel in Oostende (mTAW)
gemiddelde zeespiegelstijging (mm/jaar) in Oostende:
zeespiegelstijging sinds invoering TAW (in m):
Afvoer van water naar zee
Opdracht 12
Vul tijdstip en waterpeil in. Formuleer wanneer water uit de Polders kan afgevoerd worden naar zee. Om het peil in Oudenburg te zoeken heb je misschien onderstaande figuur nodig.Waterinfo (kies 'kaartencatalogus')
| Oostende: peil (mTAW) | Oostende: tijdstip | Oudenburg, Magdalenakreek: peil (mTAW) | |
| laagtij | |||
| hoogtij | |||
Klimaatadaptatie: kustbescherming
vakgroep aardrijkskunde Don Boscocollege Zwijnaarde