6. West-Europees weer

het weer bij lage en bij hoge druk

Aanmelden voor oefeningen »

6.1 Weer bij lage druk (< 1013 hPa)

depressie of lagedrukgebied Meteo AR

In tegenstelling tot wat je zou denken mengen warme en koude lucht niet goed. Er zijn verschillende fronten, maar de belangrijkste zijn een koufront, een warmtefront en een occlusiefront.


6.1.1 Koufront

Opdracht 1

Open de animatie en bekijk aandachtig de figuur hieronder. Duid op de figuur in de bundel aan waar neerslag plaatsvindt, waar zich de koude en warme lucht bevinden en wat de bewegingszin is (met een pijltje).

animatie: koufront koufront



bron: Thomson Higher Education





6.1.2 Warmtefront

animatie: warmtefront warmtefront

bron: Thomson Higher Education






bron afbeelding: KMI


Waar bevindt de depressie zich?




6.1.3 Warme sector en occlusiefront

animatie: de warme sector occlusiefront warme sector



Het snellere koufront haalt het tragere warmtefront in. Daardoor sluit de warme sector tussen koufront en warmtefront en ontstaat een occlusiefront. Dat sluiten heeft wat weg van het toetrekken van een rits. Doordat de lucht uit de warme sector naar boven wordt geperst, treedt boven een occlusiefront hevige neerslag op..





bron afbeelding: KMI

Kijk naar de kaart hierboven. Welk gebied bevindt zich in de warme sector?





6.1.4 Stationair front




6.1.5 Passage van fronten


1. warmtefront nadert

  • luchtdruk daalt
  • bewolking neemt toe en wordt lager
  • wind neemt toe

2. passage van het warmtefront

  • luchtdruk stabiliseert
  • sterk bewolkt
  • wind neemt af
  • temperatuur neemt toe

3. warmtefront trekt weg

  • luchtdruk stabiel
  • weinig bewolking in de zomer, wolkendek in de winter
  • weinig neerslag (motregen)
  • temperatuur neemt toe

4. koufront nadert

  • luchtdruk daalt (door opstijgende warme lucht)
  • bewoking neemt toe
  • gestage neerslag
  • temperatuur stabiel
  • wind trekt aan

5. passage van het koufront

  • luchtdruk stijgt plots
  • wolkendek
  • zware neerslag
  • temperatuur daalt plots
  • wind trekt aan

6. koufront trekt weg

  • luchtdruk stijgt zacht
  • stortbuien mogelijk
  • temperatuur stabiel
  • wind stabiel



6.2 Weer bij hoge druk (> 1013 hPa)

anticycloon of hogedrukgebied