Alle atmosferische processen worden aangedreven door de straling van de zon. Op het einde van deze les weet je waarom de temperatuur op aarde binnen bepaalde grenzen blijft (menselijk toedoen niet meegerekend), ook al ontvangt de aarde elk moment grote hoeveelheden energie van de zon. Je zal ook kunnen verklaren waarom het op sommige plaatsen doorgaans warmer is dan op andere.
Los de vragen op en gebruik daarvoor de tabel de waarden (uitgedrukt in procent) uit de tekst of de figuur over instraling en uitstraling.
Let goed op het onderscheid tussen reflectie enerzijds en absorptie anderzijds, en de verschillende compartimenten (aardoppervlak, ozonlaag, troposfeer).
inleidende video video over instraling zonnestraling, warmte en temperatuur
De zon produceert ongeveer 3,8 . 1026 Watt stralingsvermogen.
Daarvan bereikt slechts een fractie de aarde, namelijk 1,7 . 1017 Watt. Dat is nog altijd meer dan tienduizend maal het huidige wereldenergieverbruik.
Vanaf de zon lijkt de aarde een platte schijf met een straal van nog geen zeven miljoen meter. Delen we de hoeveelheid zonnestraling door het oppervlak dan de aardschijf, dan blijkt dat iedere vierkante meter van de schijf per seconde een hoeveelheid energie ontvangt van 1366 Joule. Dit vermogen, 1366 Wm-2, noemen de ze zonneconstante.
Rekenen we dit om naar het totale aardoppervlak (een bol met een 4 x grotere oppervlakte dan een cirkel met dezelfde straal), dan wordt het gemiddelde ingestraalde vermogen per oppervlakte dus ook 4 maal kleiner: 340 W/ m2. De inkomende straling is vooral kortgolvig.
Vul in de tabel bij elk proces het percentage in.
bron: NASA
| proces | percentage |
|---|---|
| reflectie door het aardoppervlak | 7 |
| reflectie door wolken en atmosfeer | 23 |
| totale reflectie | 29 (7 + 23, afrondingsfout) |
| atmosferische absorptie | 23 |
| absorptie door aardoppervlak | 48 |
| totale absorptie | 71 |
Vul in de tabel bij elk proces het percentage in.
| proces | percentage |
|---|---|
| energie geabsorbeerd door het aardoppervlak | |
| uitstraling door verdamping | 25 |
| uitstraling door convectie | 5 |
| rechtstreekse netto-uitstraling als warmtestraling | 17 |
| totale uitstraling | 5 + 17 + 25 = 48 (afrondingsfout) |
De inkomende zonnestraling is kortgolvig.
Ze wordt voor 29 % ongebruikt de terug de ruimte ingestuurd door reflectie. De overige 71 % wordt door absorptie omgezet in warmtestraling (warmtestraling is langgolvig).
Minder dan de helft ( 48 %) van de inkomende zonnestraling wordt door het aardoppervlak geabsorbeerd en omgezet in warmtestraling.
De uitgaande langgolvige warmtestraling wordt voor een deel door gassen in de atmosfeer terug naar het aardoppervlak gestuurd. De gassen die hiervoor verantwoordelijk zijn, zijn onder andere waterdamp (het belangrijkste broeikasgas), koolstofdioxide en methaan. De twee gassen die samen 99 % van droge lucht uitmaken, N2 en O2, dragen niet bij tot het natuurlijke broeikaseffect. Een atmosfeer die enkel uit N2 en O2 zou bestaan, zou ertoe leiden dat het aardoppervlak meer dan 30 ° C kouder zijn.
Neem de figuur bij opdracht 2 er opnieuw bij. Noteer:
Het proces waarbij straling wordt opgenomen en nadien wordt uitgezonden als straling van een andere golflengte. Dit proces gebeurt onder andere door waterdamp, ozon en koolstofdioxide.
Analyseer de figuur hieronder en los de vragen op
Zonnestraling (korte golflengte) bereikt het aardoppervlak en wordt na absorptie omgezet in langgolvige (warmte)straling. Dit betekent dat de opwarming van de troposfeer begint vanaf het aardoppervlak.
Gebruik de onderstaande animatie en de figuur om de hoeveelheid langgolvige uitstraling te verklaren in:

De klimatologische verklaring voor deze beide plaatsen:
Het onveranderd terugkaatsen van invallende, kortgolvige straling.
De verhouding tussen hoeveelheid gereflecteerde straling en de totale hoeveelheid invallende straling. De waarde van het albedo schommelt tussen 0 (geen reflectie) en 1 (totale reflectie). Soms wordt het albedo uitgedrukt in procent.
overzicht albedowaarden kaart: albedo verband tussen albedo en temperatuur (zonder broeikaseffect)