4. Verdamping en condensatie

Verschillen in condensatie leiden tot klimaten

Aanmelden voor oefeningen »

×
Eindtermen en doelstellingen
ET 9.1.1 6 weer en klimaat in verband brengen met de opbouw van en met processen in de atmosfeer
sportwetenschappen
LPD 7.4.1 19 onderzoeken welke mechanismen zorgen voor de verspreiding van de energie binnen de atmosfeer

overige wetenschapsrichtingen
LPD 4.4.2 onderzoeken welke mechanismen op aarde zorgen voor de verspreiding van de energie van de zon binnen de atmosfeer (wolkenvorming, drukgordelstransport via wolken, verband drukgebieden en neerslagzones)

4.1 Wolkenvorming

4.1.1 Wolkentypes


Samenstelling

Wolken bestaan uit waterdruppeltjes, waterdamp en ijskristalletjes. De diameter van de druppeltjes bedraagt tussen 1 en 100 μm.


Cirruswolk

Cirrus

Hoge wolken die volledig uit ijskristallen bestaat. Veelal een vezelig uitzicht, maar mogelijk ook in plukken of banden.
Bron: Wikimedia Commons 3.0 CC BY-SA 3.0

Cirrostratuswolk

Cirrostratus

Dunne wolken, komen hoog in de troposfeer voor.
Bron: Wikimedia Commons 3.0 CC BY-SA 3.0

Cirrocumuluswolk

Cirrocumulus

Hoge schapenwolkjes, komen voor in grotere velden. Hogere luchtvochtigheid van de andere hoge wolkentypes.
Bron: Wikimedia Commons 3.0 CC BY-SA 3.0


Cirruswolk

Altocumulus

Bestaat bijna altijd enkel uit waterdruppeltjes. Vaak velden van schaapjeswolken.
Bron: Wikimedia Commons 3.0 CC BY-SA 3.0


meer over wolkengeslachten



4.1.2 Energie-uitwisseling

Opdracht 1

Vervolledig het onderstaande schema en los de vragen op.


  • Welke warmteuitwisseling treedt op bij condensatie?

  • Welke warmteuitwisseling treedt op bij verdamping?




4.2 Vochtigheid

4.2.1 Absolute vochtigheid en verzadigingsvochtigheid

Definitie: absolute vochtigheid

De absolute vochtigheid duidt aan hoeveel waterdamp er aanwezig is in een welbepaald volume lucht (vaak uitgedrukt in g/m3 maar ook wel in g/kg).

Definitie: verzadigingsvochtigheid

De maximale absolute vochtigheid oftewel de maximale hoeveeleid waterdamp die aanwezig kan zijn in een welbepaald volume lucht bij een gegeven temperatuur en druk.

Opdracht 2

Zoek de luchttemperatuur op en gebruik die om de verzadigingsvochtigheid op dit moment te berekenen.

waarnemingen KMI verzadigingsvochtigheid berekenen




4.2.2 Relatieve vochtigheid

Definitie: relatieve vochtigheid

= 100 x absolute vochtigheid / verzadigingsvochtigheid. Zegt voor hoeveel procent de lucht verzadigd is aan waterdamp. Hangt af van de temperatuur. Zegt voor hoeveel procent de lucht verzadigd is met waterdamp.

Opdracht 3

Noteer de relatieve vochtigheid op dit moment in de buurt van Zwijnaarde.

waarnemingen KMI grafie van de verzadigingsvochtigheid kaart: actuele relatieve vochtigheid


De relatieve vochtigheid bedraagt op dit moment ....




4.3 Verdamping of condensatie?

4.3.1 Dauwpunt

Definitie: dauwpunt

Temperatuur tot waar de lucht moet afkoelen om (100 %) verzadigd te zijn.

Opdracht 4

Duid op de grafiek enkele zelf gekozen punten aan van de verzadigingskromme (kromme aan die 100 % verzadigde lucht voorstelt). De kromme verdeelt het grafiekveld in twee delen: één waar verdamping optreedt en een waar de lucht (over)verzadigd is. Duid aan in welk veld verdamping optreedt. Los daarna de vragen op.




  • Wat is de absolute vochtigheid in punt a?

  • Wat is de verzadigingsvochtigheid in punt a?

  • Wat is de relatieve vochtigheid in punt a?

  • Wat is het dauwpunt in punt a?

  • De verzadigingsvochtigheid bedraagt dus . . . . . . . . . . . . . . . . (eenheid niet vergeten)

Condensatie treedt dus op in twee gevallen, namelijk:
  •  
  •  


4.4 Warmtetransport door wolken

Opdracht 5

Vul de tekst aan.

hoofdstuk: 'Warmtebalans'


Condensatie en verdamping spelen een belangrijke rol in het energietransport in de troposfeer.
Aan het oppervlak treedt verdamping op: hierbij wordt warmte . . . . . . en meegetransporteerd met de opstijgende lucht naar boven.
Op grote hoogte treedt condensatie (= wolkenvorming of neerslagvorming) op, waarbij de warmte . . . . . .

Het netto resultaat is een warmtetransport van . . . . . . . naar . . . . . .
WOLKEN FUNGEREN DUS ALS DRAGER VAN WARMTE.



4.5 Neerslagverdeling op aarde

4.5.1 Neerslagverdeling in grote lijnen

Opdracht 6

Vul de tekst aan.



Op de lentenachtevening 0 °NB 30 °NB 60 °NB 90 °NB
opstijgende of dalende lucht?
H of L
temperatuursverandering bij deze verticale beweging
condensatie of verdamping?


4.5.2 Werkelijke neerslagverdeling op aarde


Waterdamp in de atmosfeer


Neerslagverdeling op aarde





4.5.3 Gebieden met intense neerslag

Opdracht 7

Vat voor elk type samen waar ze optreden en hoe ze ontstaan. Zorg dat je dit schema kan inzetten bij oefeningen.

video: de verschillende neerslagtypes



Type neerslag waar? hoe ontstaat dit type neerslag?
stijgingsregen (= zenitale neerslag) in de buurt van de evenaar  
stuwingsregen (= orografische neerslag) aan de zeezijde van een bergketen

3D-model: orografische regen

aan de zeezijde wordt lucht gedwongen om op te stijgen ⇒ lucht koelt af ⇒ condensatie

aan de landzijde gebeurt net het omgekeerde in is het droger: dat gebied ligt in de regenschaduw
frontale regen bijvoorbeeld bij ons (zie verder in de cursus) botsende luchtmassa's ⇒ koudste lucht duwt warmste omhoog ⇒ lucht koelt af ⇒ condensatie


Satellietbeeld voor en na de moesson



.