Verschillen in condensatie leiden tot klimaten
Wolken bestaan uit waterdruppeltjes, waterdamp en ijskristalletjes. De diameter van de druppeltjes bedraagt tussen 1 en 100 μm.
Hoge wolken die volledig uit ijskristallen bestaat. Veelal een vezelig uitzicht, maar mogelijk ook in plukken of banden.
Bron: Wikimedia Commons 3.0 CC BY-SA 3.0
Dunne wolken, komen hoog in de troposfeer voor.
Bron: Wikimedia Commons 3.0 CC BY-SA 3.0
Hoge schapenwolkjes, komen voor in grotere velden. Hogere luchtvochtigheid van de andere hoge wolkentypes.
Bron: Wikimedia Commons 3.0 CC BY-SA 3.0
Bestaat bijna altijd enkel uit waterdruppeltjes. Vaak velden van schaapjeswolken.
Bron: Wikimedia Commons 3.0 CC BY-SA 3.0
Vervolledig het onderstaande schema en los de vragen op.
De absolute vochtigheid duidt aan hoeveel waterdamp er aanwezig is in een welbepaald volume lucht (vaak uitgedrukt in g/m3 maar ook wel in g/kg).
De maximale absolute vochtigheid oftewel de maximale hoeveeleid waterdamp die aanwezig kan zijn in een welbepaald volume lucht bij een gegeven temperatuur en druk.
Zoek de luchttemperatuur op en gebruik die om de verzadigingsvochtigheid op dit moment te berekenen.
waarnemingen KMI verzadigingsvochtigheid berekenen
= 100 x absolute vochtigheid / verzadigingsvochtigheid. Zegt voor hoeveel procent de lucht verzadigd is aan waterdamp. Hangt af van de temperatuur. Zegt voor hoeveel procent de lucht verzadigd is met waterdamp.
Noteer de relatieve vochtigheid op dit moment in de buurt van Zwijnaarde.
waarnemingen KMI grafie van de verzadigingsvochtigheid kaart: actuele relatieve vochtigheid
De relatieve vochtigheid bedraagt op dit moment ....
Temperatuur tot waar de lucht moet afkoelen om (100 %) verzadigd te zijn.
Duid op de grafiek enkele zelf gekozen punten aan van de verzadigingskromme (kromme aan die 100 % verzadigde lucht voorstelt). De kromme verdeelt het grafiekveld in twee delen: één waar verdamping optreedt en een waar de lucht (over)verzadigd is. Duid aan in welk veld verdamping optreedt. Los daarna de vragen op.
Vul de tekst aan.
Vul de tekst aan.
| Op de lentenachtevening | 0 °NB | 30 °NB | 60 °NB | 90 °NB |
| opstijgende of dalende lucht? | ||||
| H of L | ||||
| temperatuursverandering bij deze verticale beweging | ||||
| condensatie of verdamping? |
Vat voor elk type samen waar ze optreden en hoe ze ontstaan. Zorg dat je dit schema kan inzetten bij oefeningen.
video: de verschillende neerslagtypes
| Type neerslag | waar? | hoe ontstaat dit type neerslag? |
| stijgingsregen (= zenitale neerslag) | in de buurt van de evenaar | |
| stuwingsregen (= orografische neerslag) | aan de zeezijde van een bergketen |
aan de zeezijde wordt lucht gedwongen om op te stijgen ⇒ lucht koelt af ⇒ condensatie aan de landzijde gebeurt net het omgekeerde in is het droger: dat gebied ligt in de regenschaduw |
| frontale regen | bijvoorbeeld bij ons (zie verder in de cursus) | botsende luchtmassa's ⇒ koudste lucht duwt warmste omhoog ⇒ lucht koelt af ⇒ condensatie |