3. Luchtcirculatie

Beweging door verschillen in druk en temperatuur

Aanmelden voor oefeningen »

×
Eindtermen en doelstellingen
ET 9.1.1 6 weer en klimaat in verband brengen met de opbouw van en met processen in de atmosfeer
ET 9.2.2.2 leerlingen kunnen structuren met behulp van een model of schema voorstellen en hiermee eigenschappen verklaren
ET 9.2.2.3 leerlingen kunnen relaties leggen tussen structuren
sportwetenschappen
LPD 7.4.1.19 onderzoeken welke mechanismen op aarde zorgen voor de verspreiding van de energie van de zon binnen de atmosfeer: de circulatiecel
overige wetenschappen
LPD 4.4.2.1 onderzoeken welke mechanismen op aarde zorgen voor de verspreiding van de energie van de zon binnen de atmosfeer: circulatiecel op basis van temperatuur en circulatiecellen in het noordelijk halfrond

3.1 Circulatiecel op basis van druk en temperatuur

3.1.1 Horizontale luchtbeweging: wind

Luchtdruk

Opdracht 1

Noteer de meest actuele waarde voor de luchtdruk in een meetstation in de onmiddellijke nabijheid van Gent. Vermeld ook of het om lage (lager dan 1013 hPa) of hoge luchtdruk gaat. Doe met de isobarenkaart in de bundel op volgende bladzijde ook het volgende: - lees de waarde van de luchtdruk af in voor de marker - lees de waarde van de luchtdruk af in het uiterste zuiden van Portugal Duid twee lagedrukgebieden aan met een hoofdletter 'L' en één hogedrukgebied met hoofdletter 'H'.

video: wat is luchtdruk? actuele meteorologische waarnemingen



Opdracht 2

Lucht beweegt van hoge naar lage druk. Duid op de isobarenkaart in de bundel de drukgebieden ten zuiden van Groenland aan en het drukgebied over Frankrijk aan. Duid met een pijl aan hoe de lucht beweegt (hou enkel rekening met het drukverschil).




Definitie: isobaar

Kromme op de kaart die plaatsen met gelijke luchtdruk verbindt.



Temperatuur

Opdracht 3

Bekijk het filmpje en noteer zelf wat het gevolg is van het opwarmen van een oppervlak.
Pas dit toe op de evenaar. Welke druk verwacht je daar: eerder laag of eerder hoog?

video: hoe ontstaat wind? kaart: huidige temperatuur


verwachte luchtdruk aan de evenaar:




Coriolisafbuiging in het noordelijk halfrond

Opdracht 4

Los de vragen op en leg de eerste vijf levels af van de windsimulator (skip de inleiding) Duid nu in een andere kleur op de isobarenkaart de beweging van de lucht van H naar L aan, en hou nu rekening met de Coriolisafbuiging.

animatie: bewegende lucht rond lagedrukgebied animatie: bewegende lucht rond hogedrukgebied afbuiging rond lagedrukkern afbuiging rond hogedrukkern windsimulator



  • Hoe (in welke zin) buigen bewegende deeltjes af in het noordelijk halfrond?

  • Hoe beweegt de lucht rond een lagedrukgebied (wijzerzin/tegenwijzerzin)?

  • En hoe beweegt de lucht rond een hogedrukgebied (wijzerzin/tegenwijzerzin)?




3.1.2 Verticale luchtbeweging: de circulatiecel

Invloed van oppervlaktetemperatuur op de luchtbeweging

Opdracht 5

Duid in het schema met pijltjes aan: horizontale bewegingen, opstijgen, dalen en met letters hoge en lage druk aan de grond en aan de tropopauze.



Luchtcirculatiemodel met één circulatiecel in het noordelijk halfrond (zonder Coriolisafbuiging)

Opdracht 6

Duid op de figuur aan:

  • waar lucht stijgt
  • waar lucht daalt
  • hoe de lucht langs het oppervlak beweegt (=wind)
  • hoe de lucht langs de tropopauze beweegt
. Ga na welke dominante wind(richting) dit model voorspelt voor Gent en wat de werkelijke dominante windrichting in Gent is. Zoek een verklaring voor je bevindingen.

Definitie: thermisch drukgebied

Gordel rond de evenaar of de polen waar de lucht verticaal beweegt door het temperatuurs-verschil, waardoor een continu hogere of lagere luchtdruk ontstaat. De thermische drukgebieden zijn het polair maximum en het equatoriaal minimum (= lagedrukzone rond de evenaar).

windstatistieken voor Gent



Luchtcirculatiemodel met drie circulatiecellen in het noordelijk halfrond (met Coriolisafbuiging)

Opdracht 7

Duid de namen van de circulatiecellen aan op de figuur. Duid de opstijgende en de dalende lucht aan, en ook de drukgebieden. Ga na of de dominante windrichting voor Gent consistent is met wat het model voorspelt.
Los vervolgens ook de vragen op.

Definitie: dynamisch drukgebied

Gordel van hogere of lagere luchtdruk die ontstaat door de aardrotatie (meer bepaald door de Coriolisafbuiging).
De dynamische drukgebieden zijn het subpolair minimum op 60 °NB en het subtropisch maximum rond 30°NB.

animatie: windrichtingen en druk kaart: huidige wind animatie: luchtcirculatie in de atmosfeer


  • Ten opzichte van het vorige model zijn er in het noordelijk halfrond twee (dynamische) drukgebieden bijgekomen. Op welke breedtegraad?
  • In welke circulatiecel(len) is de circulatierichting omgekeerd ten opzichte van het vorige model?
  • Wat is een passaat en waar tref je passaten aan in het noordelijk halfrond?
  • Uit welke richting waaien de dominante winden in het noordpoolgebied (= noordelijke polaire cel)?



De InterTropische ConvergentieZone (ITCZ)

Opdracht 8

De tropen liggen tussen de keerkringen. Noteer in mensentaal een definitie voor ITCZ.
Vul ook de tabel in.

Definitie: ITCZ

...

animatie: ITCZ

  breedte waarop zonnestralen loodrecht invallen breedte overeenkomstig lagedrukgebied opgewarmde opstijgende lucht op welke breedte?
lentenachtevening      
zomerzonnewende      
herfstnachtevening      
winterzonnewende      


Opdracht 9

Vul het schema verder aan


Luchtcirculatie in het noordelijk halfrond
naam polair ... ... ...
breedte (° NB) 90 ° ... ... ...
type (dynamisch/thermisch)        
verticale beweging (↑ of ↓)        



.