Gassamenstelling van de atmosfeer

Van natuurlijke of van menselijke oorsprong

Stikstof (N2)

Stikstof (ook wel: distikstof of stikstofgas) is het meest voorkomende gas in onze atmosfeer. Droge lucht bevat 78% (volume) stikstof, vochtige 75%. Het is niet echt chemisch reactief.

Zuurstof (O2)

Zuurstof (ook wel: dizuurstof of zuurstofgas) is na stikstof het tweede meest voorkomende gas in de aardse atmosfeer. Het percentage van zuurstof in droge lucht bedraagt 21% (volume). Het ongewoon hoge aandeel van zuurstof in de aardse atmosfeer is te wijten aan fotosynthese in de zuurstofcyclus. Door fotosynthese worden koolstofdioxide (CO2) en water (H2O) omgezet in koolhydraten. Hierbij komt ook zuurstof vrij.

Argon (Ar)

Argon is het meest voorkomende edelgas in de aardse atmosfeer: het aandeel van argon bedraagt 0,93% (volume).

Water(damp) (H2O)

Het gehalte aan waterdamp schommelt tussen 0,1 en 4 %.

Ozon (O3)

Ozon is zuurstof met drie zuurstofatomen per molecule. De grootste concentratie is te vinden in de stratosfeer. De ozonrijke laag in de atmosfeer noemen we de ozonlaag. De ozon in de stratosfeer heeft een beschermende werking doordat het schadelijke UV-stralen tegenhoudt. Ozon komt ook lager in de atmosfeer voor: in de troposfeer. Daar heeft ozon een schadelijke en irriterende werking. Het ozongehalte van de atmosfeer bedraagt 370 ppm.

Koolstofdioxide (CO2)

Hoewel het gehalte aan koolstofdioxide slechts 370 ppm bedraagt heeft het als broeikasgas toch een grote invloed op het leven op aarde. De concentratie neemt echter elk jaar toe als gevolg van de verbranding van fossiele brandstoffen en ontbossing.

Methaan (CH4)

Het gehalte aan methaan in de atmosfeer bedraagt 1,7 tot 1,8 ppm.

Waterstof (H2)

Waterstof (ook wel diwaterstof of waterstofgas) is een zeer licht gas. Het komt daarom eerder in de buitenste lagen van de atmosfeer voor. Het gehalte aan waterstof in de atmosfeer bedraagt 0,5 ppm.

Zwaveldioxide (SO2)

De concentratie aan zwaveldioxide in de atmosfeer bedraagt 1 ppm. Zwaveldioxide komt op natuurlijke wijze in de atmosfeer terecht door de uitstoot van vulkanen, maar ook door menselijk toedoen: bij de verbranding van steenkool en aardolie.>.