De polders

1. Inleiding

Met de polders bedoelen we de geografische streek die tussen 0 en 5 meter hoogte gelegen is. ( zie atlas pagina 4-5). Je kan kan de polders in 2 delen opsplitsen: de kustpolders ( of zeepolders ) en de rivierpolders. De kustpolders vormen een strook van zo'n 15 km breedte die evenwijdig met de kustlijn verloopt. De rivierpolders zijn de landinwaartse vertakkingen van polders langs de rivieren.

De grens tussen polder en zandstreek zijn ook makkelijk terug te vinden op de bodemkaart. De overgang tussen de polders en de zandstreek kan je vinden op de kaart van Jabbeke. Benoem deze streken op de kaart en teken de grens.

Opdracht 1: Kopieer deze kaart en bewerkt ze in Paint. Benoem deze streken op de kaart en teken de grens.

 

2. Het reliëf

Opdracht 2:

Op welke hoogte ligt Meetkerke? hoger dan 3,75 m....

Op welke hoogte ligt het laagste punt van de moeren? lager den 1,25 meter

Hoogtekaart van de moeren

De vorming verliep in volgende fasen.

Fase 1 : De Flandriaanse transgressie ( 4500 -200 voor Christus )

* 4500-2000 voor Christus: voor de kust ontstaat een schoorwal. De lagune tussen de kust en de schoorwal wordt opgevuld met zand ( meer dan 10 meter ) waardoor een waddenlandschap ontstaat. In dit brakwatermilieu ontwikkelt zich ook een veenlaag.

Opdracht 3: Waar kan je dit vandaag waarnemen?

Zoek hiervan een foto met google earth of virtual earth

* 2000-200 voor Christus: De schoorwal evolueert tot een duinengordel, zodat het gebied van de zee wordt afgesloten. De veenlaag ontwikkelt zich verder in dit moerassig gebied.

 

Fase 2: De Duinkerke I ( 2 e eeuw voor tot 1 ste eeuw na Christus ) en

de Duinkerke II transgressie (400 tot 8 ste eeuw na Christus ):

De duinengordel wordt doorbroken en en het veen wordt overspoeld. Tijdens deze overstroming worden in het veen kreken uitgeschuurd.

 

Fase 3: De Karolingische regressie (8 ste eeuw tot 11 de eeuw na Christus )

Tijdens deze fase overheerst de afzetting van materiaal. In de kreken ( snelstromend water) wordt zand ( grofkorrelig ) afgezet . Op de tussenliggende schorregronden ( traagstromend water ) wordt er klei afgezet ( fijn materiaal ). Deze processen kan je momenteel waarnemen in het Zwin en het Verdronken Land Van Saeftinghe. Zoek een foto op google earth.

Fase 4: Inpoldering en afwatering: vanaf de 11 de eeuw na Christus

Dit is enkel mogelijk door : dijkenbouw ( let op de richting ), aanleg van grachten, kanalen, enz

 

Uit: http://www.polderblankenberge.be/

Opdracht 5: Kleur deze 3 dijken in op de kaart en arceer de gebieden die hierdoor droog kwamen te staan.

Door de ontwatering zal het volume van het veen sterk verminderen. Gevolgen:

1. bij de kreken: het veen is hier grotendeels vervangen door zand, zodat zich hier slecht een kleine daling voordoet van het reliëf.

2. bij de schorregronden: er is nog veel veen aanwezig , zodat zich hier een gevoelige daling voordoet

resultaat: er ontstaat een omkering van het reliëf : kreekruggen en poelgronden.

Samenvatting: In de volgende animatie kan je fasen 2 tot 4 bekijken

 

Teken op basis van deze uitleg een boven aanzicht en een doorsnede van deze gebeurtenissen:

 

Bovenaanzicht

 

Fase 1

 

 

 

Fase 2

 

Fase 3

Kopieer de vorige figuur en open ze in Paint

Keur de opvulling in als volgt: zand: rood en klei: donker groen

 

Fase 4

 

Opdracht 6: Teken op basis van de uitleg ( en kaart ) de oudste dijken op de kaart. En kleur de beschermde gebieden blauw.

 

.

 

Doorsnede

Fase 1

 

Fase 2

Fase 3

Fase 4

Opmerking:

Vanaf de 11 de eeuw begint ook een nieuwe overstromingsfase: de Duinkerke III- transgrsessie. Dit betekent dat grote gebieden die onvoldoende beschermd waren, opnieuw overstromen en bedekt worden met nieuwe sedimenten. Deze zorgen er ook voor dat het hierboven beschreven reliëf bedekt is en niet meer terug te vinden is.

3. De soorten polders

Op basis van deze verschillen in overstromingen krijgen de polders een andere benaming.

Zoek deze namen op in je atlas p 12 ( zie ook )

Namen

uitleg

 

Oudland

 

Gebieden die ingepolderd zijn na de Duinkerke II transgressie en nadien niet meer overstroomd zijn

Middelland

 

 

Gebieden die overstroomd zijn door de Duinkerke III transgressie en pas daarna definitief zijn ingepolderd.

Historische polders

 

 

 

 

Historische polder van Oostende ( zie excursie )

Nieuwland: de ingepolderde gebieden aan de monding van de Ijzer en het Zwin ( De zwinpolder).Deze gebieden zijn pas laat ingepolderd; ( 18 de en 19 de eeuw )

moeren

 

De moeren

 

 

 

 

 

In deze gebieden lag het veen aan de oppervlakte of zeer ondiep. Vanaf de 12 de eeuw werd het veen hier weg gegraven als brandstof. In de Moere van Meetkerke betreft het een gebied van 570 ha. Vermoedelijk hebben zich hier kapitaalkrachtige patriciërs uit het Brugse met de turfexploitatie ingelaten om de brandstof te Brugge op de markt te brengen. Na de uitvening kwamen deze gebieden onder water te staan. Deze gebieden liggen immers beneden het zeeniveau . Het is pas vanaf de 17 de eeuw dat men met pompen ( windmolens!) het gebied is gaan droogmaken. Momenteel gebeurt dit met een modern pompstation.. Naast de Moere van Meetkerke is er ook nog de Grote Moere aan de Frans-Belgische grens.

Overdekt pleistocene gronden

Pleistoceen zand ( < 1,20 m ) onder polderafzettingen

Vul in op de doorsnedes:

Opdracht 7:

Vul in op de doorsnedes:

Pleistoceen zand, Flandriaanse transgressie, Veen, Duinkerke 1,2 en 3, Oudland, Middelland en Historische Polders

 

 

4 . De bodemgesteldheid van de polder:

http://www.gisvlaanderen.be/geo-vlaanderen/bodemkaart/

Via de functie zoom naar een straat of gemeente en kies de gemeente Zuienkerke en selecteer dan de Molenweg en de Kapellestraat. Door gebruik te maken van de lagen aan/uit functie kan je ook stratenpatroon activeren. Wil je dit stratenpatroon voor de gehele gemeente bekijken ga dan naar :

http://users.pandora.be/mebo/Zuienkerke_Digitaal/gemeente_stratenplan.htm

Op deze kaarten activeer je dan de knop toon de legende.

Hierbij kan je dan het volgende vaststellen:

 

Opdracht 8:

1 .voor de Kapellestraat: duid de poelgronden en kreekruggen aan

 

2. voor de Molenweg: duid aan: moeren, kreekrug, kleiplaat en overdekt pleistoceen

 

Kapellestraat

 

Molenweg:

5. Synthese

Opdracht 9: .

Open google earth en zoom in op Oostduinkerke of open virtual earth en zoom in op De Panne ( Franse grens ). Neem een copie van de foto van het strand en een algemeen overzicht van de kuststreek. Neem een detailfoto van het strand en duid aan: zwin, mui, strandrug, droge strand, natte strand en duinen.Duid aan op het algemeen overzicht: zee, strand, duinen en polders.

2. Vul onderstaande tabel in::

streek gesteente+soort ouderdom landschapskenmerken
zandstreek

zand

eolisch

wurm gesloten landschap / kleine landbouwbedrijven / intensieve veehouderij

kreekruggen

 

zand ( en klei )

marien

holoceen open landschap , hoger gelegen, bebouwing, akkerbouw, verkeersinfrastructuur

poelgronden

 

klei

marien

 
holoceen open landschap , lager gelegen, weiland, zeer drassig in de winter

moeren

 

zand

vrijgekomen door het weggraven van het veen

holoceen gesloten landschap ( veel bomen rond de percelen), weiland, veel afwateringssystemen ( grachten, pompen,enz.)

strand

 

zand

marien

holoceen zwinnen, muien, strandruggen

duinen

 

zand

eolisch

holoceen helmgras of bebouwd

Link : http://www.polderblankenberge.be/ ( volledig overzicht )