1. Voorbereiding excursie Oostende
1.1 Groepsindeling
Werkwijze
- groepen van 3 tot 5 leerlingen (mag klasoverschrijdend)
- groepsverantwoordelijke registreert de groepen hier (en nergens anders)
- deadline: donderdag 10 september
1.2 Oostende wordt ons New Orleans
Opdracht 1
Lees het artikel en bekijk de foto's van de overstroming van 1953. Los vervolgens de vragen op.
Oostende wordt ons New Orleans Beelden van de overstroming
Tegen welke stormen is Oostende beschermd? vóór de werken tegen een 25-jarige storm, door de aanleg van het noodstrand tegen een 100-jarige storm en na voltooiing van de kustverdediging tegen een 1000-jarige storm
Aan welke norm voldoet de rest van de Vlaamse kust? 1000-jarige
Waarom voldoet Oostende nog niet aan deze norm? protesten van lokale bevolking
1.3 De zee
Opdracht 2
Vul de tabel in voor de dag van de excursie en los de vragen op.
| 15 september |
Waterpeil Oostende (TAW) |
tijdstip in UT (=GMT) |
tijdstip op de klok (zomertijd) |
| hoogtij |
4,73 m |
|
|
| 4,72 m |
|
|
| laagtij |
|
|
|
|
|
|
Het hoogwaterpeil in Oudenburg varieert tussen 3,80 en 4,10 m.
Vergelijk dit met het hoogwater in Oostende: tussen . . . . en . . . . m.
Wat valt op?
Wanneer kan water van het binnenland naar zee worden afgevoerd? Zeepeil bij hoogwater is hoger dan het kanaalpeil. Ontwatering kan dus enkel bij laagtij.
Noteer het streefdoel in de zomer en in de winter voor de Keygnaertpolder (die afgewaterd wordt via Oostende).
Zomer: 2,0 m, reden: landbouw: waterpeil mag niet te laag zijn (droogtes)
Winter: 1,5 m, reden: minder risico op watertekorten
1.4 De regio Oostende
Opdracht 3
Noteer de drie types landschappen in de regio Oostende.
Kaart: landschappen
- stedelijke gebieden en havengebieden
- kust of duinen
- kustpolders
1.5 Het strand
Opdracht 4
Het reliëf op het natte strand bestaat uit muien, zwinnen en strandruggen. Geef een definitie van deze begrippen en duid aan op de foto (in Paint).
Project Zee Planeetzee Muien Video: muien zijn gevaarlijk De muienradar komt eraan
- Muien: laagtes op het strand die loodrecht op de kustlijn verlopen doorheen een strandrug, vormen de verbinding tussen twee zwinnen of tussen een zwin en de zee
- Zwinnen:
- Strandrug:
- Zeereep: de duinenrij langs het strand
- Duinvoet: basis van de duinenrijd, waar strand in duin opengaat
- Nat strand: zone tussen de gemiddeld laagwaterlijn en de gemiddeld hoogwaterlijn
- Droog strand:
- Vloedmerk: het spoor van schelpen, wieren en andere aanspoelsels op het strand, dat evenwijdig met de kustlijn loopt. Die strook geeft duidelijk aan waar de zee het verst op het strand is gekomen toen het vloed was. Omdat het voor een groot deel uit plantaardig en dierlijk afval bestaat is het vloedmerk een vruchtbare zone. Allerlei diertjes, bijvoorbeeld strandvlooien, vinden er hun voedsel en zorgen voor de omzetting van het aangespoelde materiaal in humus. Op oudere, half verteerde vloedmerken – bijvoorbeeld in het Zwin - tref je vaak heel wat planten aan. Veel mensen vinden het vloedmerk op het eerste gezicht maar een vuile boel. Daarom wordt het op de meeste stranden ‘s morgens vroeg verwijderd met een grote zeef die achteraan een tractor over het strand wordt gesleept. Planten krijgen daar dus geen kans.
- Strandribbels:
- Strandhoofden: Vorm van harde kustverdediging, een niet-flexibele vorm van zeewering. In de volksmond worden ze doorgaans
en verkeerdelijk ‘golfbrekers’
genoemd. Deze constructies dienen echter
hoegenaamd niet om golven te breken,
maar veeleer om de natuurlijke aangroei
van het strand te bevorderen. Door
de waterstromingen tussen de opeenvolgende
hoofden in te perken en als het
ware uit de kustzone te drukken krijgt het
in het water aanwezige zand de tijd om
te bezinken, waardoor het strand zeewaarts
aangroeit.
- Teken een doorsnede van de waterlijn op het moment tussen hoog- en laagwater tot en met het duinfront (zeedijk) en duid minstens aan: zwin, strandrug, droog strand, nat strand, duinfront of zeedijk.
- Wat is een groeistrand? een vorm van zachte kustverdediging: zandsuppletie
- Wat is de functie van dit groeistrand? kustverdediging
- Welke bescherming zou het moeten bieden aan Oostende? tegen een 1000-jarige storm
1.6 De duinen
Opdracht 5
Leg uit hoe duinen ontstaan
De wind zorgt voor het transport van het zand en het helmgras voor het vasthouden.
Op het organisch materiaal van het vloedmerk ontstaan nieuwe duintjes ( = embryonale duinen ). Door het toerisme is dit proces volledig verstoord.
Wanneer de duinen te hoog worden dan het helmgras het grondwater niet meer bereiken en sterft het af.
De wind krijgt vrij spel en de duin wordt afgebroken. Vandaar dat onze duinen niet zeer hoog zijn.