Maak de virtuele wandeling.
Met de polders bedoelen we de geografische streek die tussen 0 en 5 meter hoogte gelegen
is. Je kan de polders in twee delen opsplitsen: de kustpolders (of zeepolders) en de
rivierpolders. De kustpolders vormen een strook van zo'n 15 km breedte die evenwijdig met
de kustlijn verloopt. De rivierpolders zijn de landinwaartse vertakkingen van polders langs de
rivieren.
De grens tussen polder en zandstreek zijn ook makkelijk terug te vinden op de bodemkaart.
De overgang tussen de polders en de zandstreek kan je vinden op de kaart van Jabbeke
(schaal: 1:50000).
Kopieer deze kaart en bewerkt ze in Paint. Benoem deze streken op de kaart.
Hoewel de polders op het eerste gezicht, zeer vlak zijn bestaan hier toch merkwaardige hoogteverschillen. Men spreekt over kreekruggen, poelgronden en moeren.
Los de vragen op.
Op welke hoogte ligt het laagste punt van de Meetkerkse Moeren (zie kaart)?
Op welke hoogte liggen 'De Moeren' (tussen Veurne en de Franse grens)
4500 tot 2000 vC: voor de kust ontstaat een schoorwal. De lagune tussen de kust en de schoorwal wordt opgevuld met zand (meer dan 10 meter), waardoor een waddenlandschap ontstaat. In dit brakwatermilieu ontwikkelt zich ook een veenlaag.
Zoek een satellietbeeld van een hedendaags waddenlandschap in Bing Maps. Kopieren naar portfolio in ‘mijn documenten’.
2000 tot 200 vC: de schoorwal evolueert tot een duingordel, zodat het gebied van de kust wordt afgesloten
Een groot gedeelte van de kustvlakte werd omgevormd in een schoren slikgebied doorsneden door geulen en kreken. De oude duinengordel werd bijna volledig weggeveegd. De rest bleef een uitgestrekt veengebied
Leidde tot eerste nederzettingen aan de kust.
De duinengordel wordt doorbroken en de zee dringt ver het land in: tot 12 km ver. Ze veroorzaakt een grillig systeem van kreken uit in de veenlaag. In een dergelijke In deze periode werd klei afgezet buiten de kreken, wat leidde tot vruchtbare gronden. Vorming van De Moeren (aan de Franse grens).
Vorming van een nieuwe duinengordel.
Tijdens deze fase overheerst de afzetting van materiaal. In de kreken (snelstromend water) wordt zand (grofkorrelig) afgezet. Op de tussenliggende schorregronden (traagstromend water, weinig energierijk) wordt er klei afgezet (fijn materiaal). Deze processen kan je momenteel waarnemen in het Zwin en het Verdronken Land Van Saeftinghe.
Dit is enkel mogelijk door: dijkenbouw (let op de richting), aanleg van grachten, kanalen, enz.
| Namen | Uitleg |
|---|---|
| Oudland | Gebieden die ingepolderd zijn na de Duinkerke II transgressie en nadien niet meer overstroomd zijn |
| Middelland | Gebieden die overstroomd zijn door de Duinkerke III transgressie en pas daarna definitief zijn ingepolderd. |
| Historische polders | Zie excursie |
| Nieuwland | Ingepolderde gebieden aan de monding van de IJzer en het zwin (ingepolderd in 18e en 19e eeuw) |
| Moeren | In deze gebieden lag het veen aan de oppervlakte of zeer ondiep. Vanaf de 12 de eeuw werd het veen hier weg gegraven als brandstof. In de Moere van Meetkerke betreft het een gebied van 570 ha. Vermoedelijk hebben zich hier kapitaalkrachtige patriciërs uit het Brugse met de turfexploitatie ingelaten om de brandstof te Brugge op de markt te brengen. Na de uitvening kwamen deze gebieden onder water te staan. Deze gebieden liggen immers beneden het zeeniveau . Het is pas vanaf de 17 de eeuw dat men met pompen (windmolens!) het gebied is gaan droogmaken. Momenteel gebeurt dit met een modern bemalingstation. Naast de Moere van Meetkerke is er ook nog de Grote Moere aan de Frans-Belgische grens. |
| Overdekte pleistocene gronden | Pleistoceen zand (< 1,20 m) onder polderafzettingen |
Open de bodemkaart met als schaal 1:10 000.