2. Het ontstaan van de polders

2.1 Virtuele wandeling

Opdracht 1

Maak de virtuele wandeling.


2.2 Bodemkaart

Met de polders bedoelen we de geografische streek die tussen 0 en 5 meter hoogte gelegen is. Je kan de polders in twee delen opsplitsen: de kustpolders (of zeepolders) en de rivierpolders. De kustpolders vormen een strook van zo'n 15 km breedte die evenwijdig met de kustlijn verloopt. De rivierpolders zijn de landinwaartse vertakkingen van polders langs de rivieren.

De grens tussen polder en zandstreek zijn ook makkelijk terug te vinden op de bodemkaart. De overgang tussen de polders en de zandstreek kan je vinden op de kaart van Jabbeke (schaal: 1:50000).


Bodemkaart

Opdracht 2 Portfolio-opdracht

Kopieer deze kaart en bewerkt ze in Paint. Benoem deze streken op de kaart.


2.3 Het reliëf

Hoewel de polders op het eerste gezicht, zeer vlak zijn bestaan hier toch merkwaardige hoogteverschillen. Men spreekt over kreekruggen, poelgronden en moeren.

Opdracht 3

Los de vragen op.


Het ontstaan van De Moeren Reliëfkaart Hoogtelijnenkaart




Op welke hoogte ligt het laagste punt van de Meetkerkse Moeren (zie kaart)?

Op welke hoogte liggen 'De Moeren' (tussen Veurne en de Franse grens)



2.4 De ontwikkeling van onze kust en het reliëf in de polders

Fase 1: de Flandriaanse transgressie (4500 tot 200 vC)


4500 tot 2000 vC: voor de kust ontstaat een schoorwal. De lagune tussen de kust en de schoorwal wordt opgevuld met zand (meer dan 10 meter), waardoor een waddenlandschap ontstaat. In dit brakwatermilieu ontwikkelt zich ook een veenlaag.

Opdracht 4 Portfolio-opdracht

Zoek een satellietbeeld van een hedendaags waddenlandschap in Bing Maps. Kopieren naar portfolio in ‘mijn documenten’.


2000 tot 200 vC: de schoorwal evolueert tot een duingordel, zodat het gebied van de kust wordt afgesloten



Fase 2a: de Duinkerke-I-transgressie (2e tot 1e eeuw vC)




Een groot gedeelte van de kustvlakte werd omgevormd in een schoren slikgebied doorsneden door geulen en kreken. De oude duinengordel werd bijna volledig weggeveegd. De rest bleef een uitgestrekt veengebied



Fase 2b: de Romeinse regressie (1e eeuw vC tot 3e eeuw nC)

Leidde tot eerste nederzettingen aan de kust.



Fase 2C: de Duinkerke-II-transgressie (4e tot 8e eeuw nC)




De duinengordel wordt doorbroken en de zee dringt ver het land in: tot 12 km ver. Ze veroorzaakt een grillig systeem van kreken uit in de veenlaag. In een dergelijke In deze periode werd klei afgezet buiten de kreken, wat leidde tot vruchtbare gronden. Vorming van De Moeren (aan de Franse grens).



Fase 3: de Karolingische regressie (8e tot 11e eeuw nC)



Vorming van een nieuwe duinengordel.

Tijdens deze fase overheerst de afzetting van materiaal. In de kreken (snelstromend water) wordt zand (grofkorrelig) afgezet. Op de tussenliggende schorregronden (traagstromend water, weinig energierijk) wordt er klei afgezet (fijn materiaal). Deze processen kan je momenteel waarnemen in het Zwin en het Verdronken Land Van Saeftinghe.




Fase 4: inpoldering en afwatering (vanaf 11e eeuw nC) - elders Duinkerke-III-transgressie



Dit is enkel mogelijk door: dijkenbouw (let op de richting), aanleg van grachten, kanalen, enz.



  1. oude zeedijk
  2. dijk van de watering van Blankenberge of Zidelinge
  3. Blankenbergse dijk of Gentele




2.5 De soorten polders



Namen Uitleg
Oudland Gebieden die ingepolderd zijn na de Duinkerke II transgressie en nadien niet meer overstroomd zijn
Middelland Gebieden die overstroomd zijn door de Duinkerke III transgressie en pas daarna definitief zijn ingepolderd.
Historische polders Zie excursie
Nieuwland Ingepolderde gebieden aan de monding van de IJzer en het zwin (ingepolderd in 18e en 19e eeuw)
Moeren In deze gebieden lag het veen aan de oppervlakte of zeer ondiep. Vanaf de 12 de eeuw werd het veen hier weg gegraven als brandstof. In de Moere van Meetkerke betreft het een gebied van 570 ha. Vermoedelijk hebben zich hier kapitaalkrachtige patriciërs uit het Brugse met de turfexploitatie ingelaten om de brandstof te Brugge op de markt te brengen. Na de uitvening kwamen deze gebieden onder water te staan. Deze gebieden liggen immers beneden het zeeniveau . Het is pas vanaf de 17 de eeuw dat men met pompen (windmolens!) het gebied is gaan droogmaken. Momenteel gebeurt dit met een modern bemalingstation. Naast de Moere van Meetkerke is er ook nog de Grote Moere aan de Frans-Belgische grens.
Overdekte pleistocene gronden Pleistoceen zand (< 1,20 m) onder polderafzettingen



2.6 De bodemgesteldheid van de polders



Opdracht 5 Portfolio-opdracht

Open de bodemkaart met als schaal 1:10 000.

  1. Zoek de de Kapellestraat in Zuienkerke. Duid de poelgronden en kreekruggen aan.
  2. Zoek de Molenweg in Zuienkerke. Duid aan: moeren, kreekrug, kleiplaat en overdekt pleistoceen


Bodemkaart